Appels en peren, over het begeleiden van studenten

Jelle-Thijs is student Opleiding Leraar Basisonderwijs, locatie Den Haag.

Jelle-Thijs Zoetmulder

Elke pabo student heeft contact met zijn of haar praktijkbegeleider. Dit kan op verschillende manieren verlopen. De een ontwikkelt een heuse vriendschapsband, de ander hoort steeds dat er nog veel, veel geleerd moet worden.
Sommige studenten krijgen ruimte om te experimenteren, mogen ervaren of een aanpak al dan niet werkt, terwijl andere praktijkbegeleiders strikt zijn en een soort van routeboekje van ‘zo doen wij het hier’ hanteren. Het lijkt wel of je begeleider een appeltje met jou te schillen heeft…… niks trial and error! En je leert vaak veel van een trial, dan is namelijk de error minder erg.
Wat is nou een goede manier om een student te begeleiden en wel zo dat de groeikracht van een student wordt gestimuleerd?

Al snel kan in de praktijk een gevoel van onzekerheid ontstaan. Een gevoel van dat wat jij voor de klas doet veel beter moet.  De feedback die je krijgt wordt gegeven in de vorm van een lijst met alleen maar verbeterpunten.  Doe dit…Let op dat…Denk aan… Realiseer je dat… Als een appel die dreigt van de boom te vallen, breng je die tips in praktijk want je wilt niet nog meer beurse plekken. Met als gevolg dat je je zelf soms voor de gek houdt en je sterke punten laat overschaduwen door de inspanning om de talrijke adviezen in praktijk te brengen. Dit werkt averechts en ondermijnt het zelfvertrouwen. Alsof je appels tips geeft om meer op peren te lijken. Dan krijg je ook nog eens een bezoeker vanuit de opleiding om samen met diezelfde praktijkbegeleider ‘gezellig’ jouw leerproces te bespreken. Wrang en gespannen begroet je met een grimlach die dag de kinderen. Je weet dat je waarschijnlijk door een zure appel heen moet gaan bijten.

Het kan ook de andere kant op gaan en dat je te horen krijgt dat je didactiek al bijna perfect is en je in periode twee van het eerste jaar een 9 scoort. De volgende periode zou je dan moeten gaan voor een 10, want er moet wel sprake zijn van een stijgende lijn! Alles wat in je planning staat, wat je doet en bespreekt is ‘prima’. Geen feedback is immers goede feedback? Jij als appel hebt het in je om je als appel te gedragen en je hebt nergens rottend vruchtvlees. Kortom, je bent een sterappeltje!

De besproken vormen van begeleiding schieten tekort. Iedere leerkracht bekijkt en beoordeelt vanuit het eigen referentiekader. Soms is er sprake van een tunnelvisie: de eigen ervaringen zijn de norm. Als stagiaire stap je in de boomgaard van de school en die van de begeleider rond. Als sprake is van een monocultuur  is de smaak vaak saai en vlak.

Je groeit door te kijken naar en te leren van andere appels. Ontdek en ontwikkel je unieke talenten, word je bewust van je pedagogische en didactische vaardigheden. Op de opleiding leer je in de spiegel te kijken: reflecteren over competenties. Gebruik gesprekken om duidelijk te maken waar je moeite mee hebt, hoe je denkt zaken aan te gaan pakken. In je stage mag je fouten maken, daar leer je van. Je schil wordt er harder van zonder dat het vruchtvlees beschadigd wordt. Schuren geeft namelijk als het goed is glans. Op die manier voel je jezelf niet als peer tussen de appels. En appels en peren zijn toch niet te vergelijken?!



Twee studenten groen als
paradijselijk gras van het tweestromenland
appel of peer
de slang doet het licht uit
goed kwaad.

Illustratie: Bart Jan Bakker
 

Onze vaste columnist Jan Halin nodigt in het kader van zijn lessen professionele geletterdheid studenten uit een column te schrijven. Jelle-Thijs bijt de spits af.