Onderwijscocon

Jan Halin heeft in het onderwijs vele rollen vervuld. Hij was leerkracht, schoolleider/directeur, projectleider speciaal onderwijs. Op dit moment werkt hij als docent en onderwijsontwikkelaar voor het domein Onderwijs & Innovatie.

Jan Halin

Wie kent niet het beroemde prentenboek van Eric Carle Rupsje Nooitgenoeg? Rupsje Nooitgenoeg is een smulpaap: hij heeft altijd honger en eet maar door. Als alle blaadjes op zijn, begint hij aan taart, worst, snoep, fruit en chocolade. Gelukkig wordt het rupsje niet geplaagd door voornemens…. Hij wordt dik en dikker tot hij buikpijn krijgt en spint een cocon om zich heen. Eind van de week eet hij de cocon open en als een prachtige vlinder vliegt hij de wereld in.

Rupsje Nooitgenoeg eet zich in het prentenboek door het ‘papier’ heen.  Worden leerlingen/studenten ook gedreven door nieuwsgierigheid en leergierigheid en vreten zich ook door de leerstof heen? Kijk naar jonge kinderen, dan zie je eenzelfde honger om te leren en te weten als Rupsje Nooitgenoeg. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit instinct om zich te ontwikkelen, te leren blijvend wordt gevoed? Inmiddels laten statistieken zien dat te veel kinderen/studenten op te jonge leeftijd verzadigd zijn, en of ze dan vlinders worden…..

In de 21e eeuw is heel veel intellectueel voedsel beschikbaar. Misschien komt het door de overvloed dat tal van canons inmiddels op papier zijn gestold. Een canon is een richtsnoer, een voorschrift , teksten, beelden die het referentiekader vormen van een gedeelde cultuur. Een greep uit de overvloed: canon Nederland (geschiedenis), canon van jeugdliteratuur, Bètacanon, Onderwijscanon, etc. Maar ook de Kennisbasis van de startbekwame leraar basisonderwijs is een soort van canon.

De vraag is of al deze canons intellectueel speeksel uitlokken: gretigheid om te willen (w)eten?

De tsunami aan informatie die digitaal beschikbaar is roept bij menigeen een ‘blubblub’ gevoel op….onderscheid maken tussen wat wel en niet belangrijk is blijkt lastig. Plakken en knippen van tekstblokken…..in het hoger onderwijs proberen we studenten duidelijk te maken wat plagiaat en plagiëren is. Tot kennisconstructie komen vraagt heel wat meer.  Kortom : er is heel veel interessant intellectueel voedsel beschikbaar. Maar als de ‘Allerhande’  ontbreekt dan wordt snel gekozen voor de kant-en-klare hap….

Beschikbaarheid van voedsel doet eten, dat gaat althans op voor onze buik. Maar voor ons hoofd ligt dat anders. “Onderwijs is niet een emmer vullen, maar een vuur ontsteken” (William B. Yeats).

We hebben allemaal royaal in de schoolbanken gezeten en we weten uit ervaring dat de leraar ertoe doet. Ik heb een aantal leraren meegemaakt die mij hebben geïnspireerd en uitgedaagd om voorbij mijn eigen horizon te kijken, zij hebben het  vuur van mijn nieuws- en leergierigheid aangeblazen. Inmiddels weten we uit onderzoek dat de leraar de meest bepalende factor is voor (leer)opbrengsten. Scholen moeten een cocon zijn waarin sprake is van rust, van goed gedoceerde kennis en van (socratische) dialoog. Als leerlingen/studenten in uitdagende leeromgevingen opgroeien waar nieuwe kennis aansluiting vindt met de reeds aanwezige kennis, dan wordt leren uitgelokt. De leraar heeft o.a. als taak om door verschillende werkvormen te hanteren leren leren (metacognitie) te ontwikkelen door bewustwording van eigen metacognitief functioneren (leerstijl) van de leerling/student. Ik constateer dat nogal wat studenten oppervlakkig leren. Oppervlakte leren leidt tot een brede maar oppervlakkige kennisbasis. Leren m.n. gericht op reproductie: leren voor een tentamen als een sprinter. De leraar staat voor de uitdaging om het construeren van kennis door kritisch oordelen, logische conclusies en het formuleren van eigen ideeën uit te lokken (diepte-leren). Diepteverwerking leidt tot zeer gestructureerde kennis. Beide leerstijlen zijn van belang, de een is niet beter dan de ander. Elke mens heeft een bepaalde voorkeursleerstijl. Het aanmoedigen of corrigeren van de voorkeursaanpak van de leerling/student zal een constante afweging van de leraar moeten zijn om door diepteleren optimale leerresultaten van de leerlingen/student te behalen.

Een proces dat vraagt om traag onderwijs. Naast slow food bepleit ik slow education. Ik wil dan ook alvast een voorstel doen voor het woord van het jaar 2013: Onderwijscocon.

(Met dank aan Melissa, Gabriëlle, Roos, Yvon, Razia en Pelin – studenten Pabo 2 Den Haag – voor hun commentaar.)
 

Onderwijscocon

De schoolvakantie voorbij:
Lijnen ontstijgen realiteit; Terugvlucht in symmetrische vlinderbuik.
Negatief en positief met verwachtingsvol blauw in balans.
Sommige koppen steken uit.
Cocon van bordkarton inclusief maaltijd
Illustratie: Bartjan Bakker