Beter tweedetaalleren met handen en voeten?

Hoe vang je vierjarige kleuters op als zij de basisschool binnenkomen zonder Nederlands? Om dat te onderzoeken is op twintig basisscholen in de regio Rotterdam effectonderzoek gedaan door Hanneke Pot van ONI (pabo Rotterdam). Op 30 november jl. verdedigde zij haar proefschrift aan de UvA.

Een logische oplossing lijkt woordenschatonderwijs ‘met handen en voeten’ zoals via Total Physical Response (TPR). Met deze aanpak worden kinderen niet meteen gedwongen tot spreken en kunnen zij laten zien of ze de leerkracht begrijpen door reacties op eenvoudige doe-opdrachtjes, zoals ‘Klim op de stoel’. Maar leren zij zo inderdaad meer woorden?

In het onderzoek zijn bij het thema ‘Circus’ van het vve-programma Ik & Ko hebben we drie aanpakken voor extra woordenschatactiviteiten in de kleine groep vergeleken: via de gebruikelijke programma-activiteiten, via face to face TPR of via TPR op een iPad. In beide TPR-varianten werden doelwoorden eerst ‘los’ en dan in doe-opdrachtjes aangeboden en meer dan twintig keer herhaald, anders dan gebruikelijk.

Woordenschattoetsen wezen echter uit dat de drie onderzochte manieren niet voor elkaar onderdoen. Dat er extra woordenschatactiviteiten worden aangeboden in een groepje tweedetaalleerders - buiten de klas in een rustige ruimte (of individueel op de iPad, met een koptelefoon) - blijkt vooralsnog belangrijker dan hoe dat gebeurt. Maar TPR lijkt van deze werkwijzen wel het meest toegesneden op de leerbehoeften van beginnende tweedetaalleerders.

Kinderen uit deze doelgroep met de kleinste woordenschat leren bij alle aanpakken vooral woorden begrijpen. Dat is een reden om deze leerlingen niet te overvragen met nazeggen en gebruiken van doelwoorden. Pas als beginnende tweedetaalleerders een iets grotere woordenschat hebben is het daar tijd voor: dan blijken ze vooral woorden te leren gebruiken. Al maakt TPR qua aantal geleerde woorden dus niet het verschil, TPR via de iPad zou van de drie aanpakken relatief het minste beslagleggen op de leerkracht en zou (p)re-teaching van woorden daardoor beter organiseerbaar maken. Face to face TPR heeft van alle aanpakken de meeste impact op het denken van leerkrachten over woordenschatonderwijs aan jonge tweedetaalleerders; een reden om hiermee te oefenen in de praktijk bij het (na)scholen van leerkrachten. Dit gebeurt bij pabo Rotterdam al enkele jaren in de vorm van een ‘Learning Lab TPR’ op de AZC-school in de Beverwaard.


Hanneke Pot, Tweedetaalleren met handen en voeten; studies naar de effecten van Total Physical Response bij vierjarige beginnende tweedetaalleerders. Proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2018.