Over de drempel in 2031

Jan Halin heeft in het onderwijs vele rollen vervuld. Hij was leerkracht, schoolleider/directeur, projectleider speciaal onderwijs. Op dit moment werkt hij als docent en onderwijsontwikkelaar voor het domein Onderwijs & Innovatie.

Jan Halin

Hoe ziet het onderwijs er in 2031 uit? Zijn de kinderen/leerlingen goed toegerust voor de uitdagingen van de 21ste eeuw? Staatssecretaris Sander Dekker stelt deze vraag  – maar dan voor 2032 – aan iedereen: ouders, leraren, belangengroepen en kinderen/leerlingen. ‘Leren onze kinderen nog de juiste dingen?’ Hoe ziet het funderend onderwijs eruit? Is het leerstofjaarklassensysteem afgeschaft? Wordt er thematisch gewerkt met oudere kinderen? Bereiden leerlingen met Flipping the classroom deels thuis een onderwerp voor? Is er nog een centraal schriftelijk examen of wordt er via  assessments getoetst? Ga naar www.onderwijs2032.nl en neem kennis van idealen, van ambities.

Ik heb de studenten van pabo 1 uitgedaagd om na te denken over het onderwijs van de toekomst waarin zij zullen acteren in hun rollen. Een aantal uitkomsten is verwerkt in deze column.

In 2031wordt onze kleindochter Josephine 16 jaar en wie weet sluit ze de funderende fase van het onderwijs af. Wat heeft zij geleerd?
Als peuter van 3 danst ze als een engel in een kerstvoorstelling  van de balletschool op het grote toneel. Leergierig zie je kleuters over de drempel stappen van de basisschool en wat een plezier zie je hoe ze al spelend leren. Een veilig gehecht kind verkent de wereld als een kleine ontdekkingsreiziger, de onderzoekende houding is ons blijkbaar aangeboren. De Kunst – met een hoofdletter gespeld – van goed onderwijs is om die leergierigheid en nieuwsgierigheid ruimte  te geven en verder te ontwikkelen. De onderwijsvernieuwers van de vorige eeuw (Montessori, Peteren-Jenaplan, Parkhurst-Dalton, Freinet, Jansen-Vos – Ontwikkelingsgericht onderwijs, etc.) hebben zich hierdoor laten inspireren. Een actueel inspirerend voorbeeld is het Technasium.  Leerlingen van havo of vwo krijgen de ruimte om in groepen meer  technische praktijkproblemen door onderzoek en ontwerpen te verkennen en met oplossingen te komen. De studenten spreken over praktijkgericht werken met o.a. praktijkdagen waarin kennis wordt toegepast, verbonden in contexten, educatieve uitstapjes. Goed onderwijs neemt de behoefte aan competentie en autonomie  van leerlingen als uitgangspunt. Dat vraagt van leraren om continu met leerlingen in dialoog te zijn over aanbod en organisatie van onderwijs. De basisverantwoordelijkheid van onderwijs is te zorgen voor  een gedegen kennisbasis en wel zo dat leerlingen de zin ervan ervaren.  
Ook noemen de studenten meer ruimte geven aan een brede ontwikkeling en zo recht doen aan de rijkdom aan verschillen door o.a. veel meer gebruik te maken van digitale middelen. Schooldagen worden langer omdat sport, kunst- en cultuureducatie, korte maatschappelijke stages deel uitmaken van het programma. De uitstroom zal gedifferentieerd zijn, dus geen centraal schriftelijk maar toetsing  met assessments.
De gedegen kennisbasis geldt ook van bestuurders, leidinggevenden en leraren. Inzichten van de wetenschap en van de veranderkunde sturen het handelen van ons verantwoordelijken. Leraren moet DIK  zijn en methodes dun…..de praktijk is vaak omgekeerd. Een DIKKE leraar staat royaal boven de stof, stemt onderwijs af op onderwijsbehoeften en ontwikkelingskansen . Samen met collega’s en leidinggevenden  in nauw contact met ouders, wordt geleerd op alle niveaus.

Als Josephine in 2031 ‘dansend’ met een royale bagage aan kennis en competenties het voortgezet onderwijs verlaat en nog even leergierig is, dan volgt terecht applaus. Dikke leraren….dunne ballerina’s.  



Cassandra voorspelt: “Onderwijsvernieuwingen zullen in 2032 niets aan het wezen van het onderwijs veranderd hebben”

Illustratie: Bartjan Bakker