Rugzakleerlingen

Uit EduWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het rugzakje is in de volksmond een andere naam voor de wet op leerlinggebonden financiering, een wet die vanaf 2004 tot 2014 in werking was. Deze financiering wordt rugzakje genoemd, omdat het geld gekoppeld is aan het kind en de ouders van het kind kunnen beslissen waaraan dat geld wordt uitgegeven. Vanaf 1 augustus is deze regeling aangepast, en is er geen sprake meer van leerlinggebonden financiering. Het geld gaat nu naar het samenwerkingsverband waarin de school participeert, met als doel scholen meer ruimte te geven in het bepalen van de ondersteuning die leerlingen nodig hebben om onderwijs te volgen.

Het rugzakje was bedoeld voor kinderen met een handicap die speciale voorzieningen nodig hebben, als zij onderwijs zouden volgen op een basisschool of voortgezet onderwijs. Ze moeten een verwijzing hebben voor Speciaal Onderwijs (SO). Deze kinderen werden in vier clusters gedeeld:

Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen;
Cluster 2: dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraak/taalmoeilijkheden;
Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, verstandelijke gehandicapte kinderen, meervoudig gehandicapte kinderen en langdurig zieke kinderen;
Cluster 4: kinderen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen (bv. autisme).

Zonder extra hulp zouden deze kinderen nooit “normaal” onderwijs kunnen volgen: vandaar de leerlinggebonden financiering.

Inhoud

Hoe werkte het in de praktijk?

Allereerst meldde de ouders het kind aan bij de Commissie van Indicatie (CVI) van het cluster waar het kind bij hoorde. Deze commissies waren gevestigd bij de Regionale Expertise Centra (RECs). Aan de hand van het medisch dossier en onderwijsrapport (als het kind al op school zit), werd door de CVI besloten of een kind in aanmerking kwam voor een indicatie voor een bepaald type speciaal onderwijs.
Met deze indicatie konden de ouders beslissen naar welk speciaal onderwijs hun kind ging, of dat het naar regulier onderwijs ging. Voor dit reguliere onderwijs konden zij het rugzakje aanwenden om speciale hulp in te kopen. Samen met school werd dan een handelingsplan opgesteld.

Elke basisschool had een toelatingsprotocol rugzakleerlingen, waarin staat onder welke voorwaarden kinderen geplaatst konden worden. Er moet wel een hele plausibele reden zijn om een kind te weigeren.
Vanaf 2011 zal er een nieuwe wet in werking treden: "Wet passend onderwijs". Deze wet beoogt het ouders eenvoudiger te maken om de juiste aanpak voor hun kind te krijgen. Via een regionaal netwerk kan dan geadviseerd worden op welke school het kind op zijn plek is. Als ouder hoef je dan niet meer te 'shoppen' om een goede plek te vinden.

Een heuptasje voor hoogbegaafde kinderen

Steeds vaker gaan er stemmen op om ook hoogbegaafde leerlingen een zogenoemd rugzakje toe te kennen. Dit rugzakje is de metafoor voor een persoonsgebonden budget welke wordt toegekend aan kinderen met een mentale of fysieke handicap of een psychiatrische stoornis welke zich uit in ernstige leer- en/of gedragsproblemen (zie clusters hierboven).
De enige reden waarom je als ouders van hoogbegaafde kinderen een beroep zou kunnen doen op dat rugzakje is, wanneer het met je kind al erg mis is gegaan en er forse gedragsproblemen zijn ontstaan. Dat rugzakje kun je dan krijgen vanwege die gedragsproblemen, niet vanwege de hoogbegaafdheid. De ervaring wijst uit dat hoogbegaafde leerlingen met gedragsproblemen nogal eens een verwijzing krijgen naar het speciaal onderwijs. Het reguliere onderwijs zegt dan dat men niet is toegerust om deze kinderen binnen hun poorten te houden. Dat de gedragsproblemen in dit geval doorgaans het gevolg zijn van inadequaat onderwijs e.d. wil men liever niet onder ogen zien.

Landelijke ontwikkelingen met betrekking tot integratie van leerlingen met een beperking in het reguliere onderwijs

Ontwikkelingen in de pedagogiek/orthopedagogiek en leerpsychologie hebben geleid tot nieuwe inzichten over de ontwikkeling van kinderen. Vooral meer aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en de wens van ouders en hun kinderen om met vriendjes uit de buurt naar een gewone (reguliere) school te gaan, hebben geleid tot overheidsbeleid dat gericht is op integratie van kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs. Dat betekent dat kinderen - met diverse beperkingen (ook wel handicaps genoemd) - die voorheen in het speciaal onderwijs terechtkwamen, nu in veel gevallen met een rugzakje (leerlinggebonden budget) naar het reguliere onderwijs kunnen.

Deze beleidsmaatregel van de rijksoverheid lijkt niet zo succesvol. In het regulier onderwijs (gewone basisscholen en vo-scholen) zitten tegenwoordig meer leerlingen die voorheen in het speciaal onderwijs zaten en toch groeit het speciaal onderwijs nog steeds. Vooral het aantal leerlingen in het onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok) neemt toe.
Met de beleidsmaatregel Weer Samen Naar School (WSNS) heeft de overheid er al eerder voor gezorgd dat er minder leerlingen van het regulier basisonderwijs naar het speciaal basisonderwijs (voorheen: scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden en moeilijk lerende kinderen) gaan. Een aantal van deze kinderen doet het goed in het regulier onderwijs, maar er is ook een aantal dat met gedragsproblemen in het speciaal onderwijs (zmok-scholen) terechtgekomen is of binnen het regulier onderwijs zorgt voor ordeverstoringen.

Uit onderzoek is gebleken dat reguliere basisscholen veel doen om de rugzakleerlingen goed te integreren. Het gaat hierbij onder meer om leerlingen met een van de volgende beperkingen: adhd, autisme, nld, pdd-nos, Down-syndroom, langdurig zieke kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen, kinderen met gedragsproblemen (opvoedingsmoeilijkheden/gedragsstoornissen) en lichamelijke beperkingenbeperking. De integratie van een groot aantal verschillende beperkingen levert de volgende problemen op: acceptatieproblemen, misverstanden en ruzies (andere manier van communiceren), te weinig tijd voor andere leerlingen, agressie en depressies (agressieve kinderen tegenover kwetsbare kinderen) en verstoring van het pedagogisch klimaat (sociale veiligheid).

De scholen doen onder meer het volgende om te zorgen voor goede integratie: aanstellen van personeel voor extra leerlingenzorg, aparte leerlijnen invoeren (differentiatie), time-out situaties creeren voor het geval van ordeverstoring in de groep, veel overleg met jeugdzorg en leerplicht en aanpassingen onderwijsgebouw.

De vraag blijft of rugzakleerlingen beter af zijn in het regulier onderwijs dan in het speciaal onderwijs. De gedachte achter leerlinggebonden financiering is dat contacten tussen kinderen met een beperking en leeftijdsgenootjes zonder beperking bijdragen aan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van het gehandicapte kind. Volgens een recentelijk verschenen onderzoek blijken de rugzakleerlingen in het regulier onderwijs cognitief beter te presteren dan in het speciaal onderwijs. Aan de verwachtingen in sociaal en emotioneel opzicht - minder stigmatisering en meer vriendschappen en contacten met 'normale kinderen' - wordt echter niet voldaan.
Bij rugzakleerlingen in reguliere klassen is zelfs sprake van verslechtering in de emotionele beleving en de competentiegevoelens, terwijl vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs zich op dit gebied juist wel positief ontwikkelen. Vermoedelijk speelt hierbij het mechanisme van sociale vergelijking een rol. In het reguliere basisonderwijs - maar ook in het reguliere voortgezet onderwijs - kan dit tot negatieve gevoelens leiden bij kinderen met een beperking; ze voelen zich sociaal minder geaccepteerd. In het speciaal onderwijs ligt de lat wat lager en is er minder competitie onderling.

Sontag (2007) spreekt in dit verband van een integratieparadox. Naarmate er bij de plaatsing in het reguliere onderwijs meer op cognitieve capaciteit wordt geselecteerd, zijn de negatieve gevolgen in sociaal en emotioneel opzicht kleiner. Een leerling die goed mee kan komen in het onderwijsprogramma (tempo, niveau) valt minder op en zal eenvoudiger geaccepteerd worden.

Bronnen

Persoonlijke instellingen
LeerNetwerk Educatie - School of Education - Hogeschool INHolland