Passend onderwijs: uitvoering in de praktijk

Uit EduWiki
(Doorverwezen vanaf Passend onderwijs)
Ga naar: navigatie, zoeken


    Wat houdt Passend onderwijs eigenlijk in?


Elke leerling presteert binnen het onderwijsmet de mogelijkheden of beperkingen die hij/zij heeft. Als een leerling meerhulp nodig heeft dan moet de school die ondersteuning zo snel en vroeg mogelijkkunnen bieden. Als er verschillende professionals nodig zijn om dieondersteuning te kunnen bieden, kunnen de scholen met deze professionals werkenom de leerling een optimale ondersteuning te bieden. Binnen de contouren van het passend onderwijszijn er doelen gesteld. In de laatste wetswijzigingen worden de volgende zesdoelen voor het passend onderwijs benoemd:


1. Budgettairebeheersbaarheid en transparantie Het financiële systeem datbij het nieuwe wettelijke kader hoort, moet transparant en beheersbaar zijn.

2. Geenthuiszitters Alle kinderen verdienen een plekin het onderwijs. In de afgelopen jaren is beleid ingezet om dethuiszitterproblematiek terug te dringen. Belangrijk doel van een nieuwwettelijk systeem is daarom een zo passend mogelijk onderwijsprogramma vooralle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het onderwijs.[2]

3. Minderbureaucratie In het nieuwe systeem moet zomin mogelijk complexiteit en bureaucratie zitten: dat betekent geen langeindicatieprocedures, gen wachtlijsten, geen gescheiden circuits van lichte enzware ondersteuning waarvoor ouders meerdere indicatieprocedures moetendoorlopen en zo min mogelijk administratieve lasten voor de bevoegdegezagsorganen van scholen.[3]

4. Noodzaaktot labelen van kinderen vervalt De huidige landelijkeindicatiestelling is sterk medisch gericht: het hebben van een door de zorggeïndiceerde stoornis vormt een belangrijk onderdeel binnen deindicatiestelling. Door de afschaffing van de landelijke systematiek van deindicatiestelling krijgen de schoolbesturen meer ruimte om bij de toekenningvan de extra onderwijsondersteuning uit te gaan van de onderwijsbeperking vande leerling (handelingsgerichte diagnostiek).[4]

5. Handelingsbekwameleerkrachten Het is van belang om tevertrouwen op de professionaliteit van de leerkracht. Goed onderwijs en goedeextra ondersteuning van een leerling in de klas valt of staat met de leraar.Dat geldt ook voor het nieuwe systeem passend onderwijs. De leraar staat er nietalleen voor: hij doet dit samen met het team, de school en hetsamenwerkingsverband. Daarom wordt er ook geïnvesteerd in opbrengstgerichtwerken voor alle leerlingen en in de professionalisering van leerkrachten,zowel in de opleidingen als wanneer de leerkracht al werkzaam is in hetonderwijs.[5]

6. Afstemmingmet andere sectoren De inzet van ondersteuningin het onderwijs moet beter worden afgestemd op de inzet vanuit andere sectorenin het jeugddomein, zoals de jeugdzorg en de Centra voor jeugd en gezin. Meerintegraliteit van de zorg voor het kind en het gezin is nodig.



    Referentiekader Passend onderwijs

Het onderwijs en de zorg moeten weer centraalkomen te staan, en niet de structuren. Duidelijk moet zijn wat er onder Passendonderwijs en goede zorg wordt verstaan. Er wordt een landelijk referentiekaderopgesteld, dat richting moet geven aan de invulling van Passend Onderwijs. In zo’n kader wordt beschreven wat van scholen mag worden verwacht aan zorg. Hetkader voorkomt dat overal het wiel opnieuw moet worden uitgevonden enondersteunt de ontwikkeling in de richting van Passend Onderwijs. Leerkrachten en ouders zijn bij de uitwerkingvan dit kader nadrukkelijk betrokken. Transparantie over inzet van middelen enhet proces om tot een passend aanbidt te komen vormen belangrijke voorwaarden.Evenals de volgende uitgangspunten:


o Maatwerk voorkind en school staan voorop;


o Deonderwijsvraag van de leerling, en de ondersteuningsvraag van de school staancentraal;


o Geld volgtleerling en/of onderwijszorgprofiel;


o Flexibiliteitis mogelijk, en


o Geen nieuweof overbodige bureaucratie. Het referentiekader isnauwkeurig afgestemd op de wetgeving met betrekking tot de zorgplicht. Voor deorganisaties staat voorop dat de wetgever in algemene zin de zorgplicht en hetbestaan van een landelijk referentiekader aangeeft. Ook een landelijke geschillenregelingmet een bindende uitspraak moet wettelijk geregeld worden, evenals regelingeninzake de medezeggenschap.



Ondersteuningsbehoeften


Het komt regelmatig voordat een leerling niet tot leren komt omdat de thuissituatie daarin belemmert.De school kan niet ingrijpen in een problematische thuissituatie, maar heeftdan wel met gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van de leerling te maken. Hetis een van de centrale doelen van passend onderwijs om de afstemming tussenonderwijs en de ondersteuning thuis te verbeteren. Een goed contact tussenschool en ouders en een actieve rol van ouders bij het vinden van effectieveondersteuning is voor integrale handelingsgerichte diagnostiek onontbeerlijk.Vaak zal het zo zijn dat de school niet goed kan beoordelen welke belemmerendeof stimulerende factoren in de thuissituatie direct of indirect een rol spelenals het gaat om de ontwikkeling van het kind. Daarvoor is de betrokkenheid vande afstemming nodig met professionals die het geheel van de ondersteuning voorthuissituaties kunnen overzien, bijvoorbeeld medewerkers van het CJG. Sinds2015 is de jeugdgerelateerde hulpverlening onder de verantwoordelijkheid vangemeenten gevallen. Hoe beter de bestuurlijke samenwerking tussen gemeente- enschoolbesturen, hoe groter de kans op een afgestemde, integrale aanpak van hulpen ondersteuning.



Wat kan anders?


Hoewel er vele zaken binnen het passendonderwijs zijn veranderd, is er nog veel kritiek uit verschillende hoeken.Leraren zijn met de nieuwe wetswijzing voor passend onderwijs gedwongen veelmeer te differentiëren tijdens de les. ‘Soms kom ik er niet aan toe om delesstof volledig met de klas te behandelen omdat ik zoveel moet doen voor dezorgleerlingen’, aldus een leraar uit Rotterdam. Vaak beschikken leraren ook nietaan de leermiddelen die hen verder overweg helpen met de zorgleerlingen.Leraren klagen er bijvoorbeeld over dat er weinig werkvormen ingezet kunnenworden die passend zijn voor zorgleerlingen. Met de komst van veranderingen binnen hetpassend onderwijs zouden meer thuiszitters voorkomen worden. Helaas is ditprobleem nog niet opgelost. Veel ouders zien het passend onderwijs geenalternatief voor hun kind, omdat ze denken dat hun kind hiermee geen toekomstkan opbouwen. Ook scholen zijn bekritiseerd. Vaakonderhouden scholen hun samenwerkingsverbanden niet. Hoe? Door geenschoolondersteuningsprofiel te hebben. Omdat sommige scholen geenschoolondersteuningsprofiel hebben kunnen de samenwerkingsverbanden niet wetenwaar sommige zorgleerlingen terecht moeten. Het resultaat is dat veelzorgleerlingen op een minder passende school terecht komen en dat alleen maardoor toedoen van scholen. Men kan met alle opgenoemde kritiek nietontkennen dat het passend onderwijs veel positieve verandering heeft gebrachtin het onderwijs. Veel leerlingen hebben hun ‘passende’ plek in het onderwijsgevonden en hebben zich verder kunnen ontwikkelen met de beperkingen die zijhebben. Deze kinderen leren nu op de wijze die hen aanspreekt en kijken samenmet hun ouders naar een leuke toekomst.

Persoonlijke instellingen
LeerNetwerk Educatie - School of Education - Hogeschool INHolland