Interreligieus leren

Uit EduWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding


Zoveel verschillende mensen en verschillende geloofsopvattingen. Omdat Nederland een multiculturele samenleving is, komen wij allen in aanraking met mensen die een andere geloofsovertuiging hebben of praktiseren. Het is daarom van belang dat het kind van jongs af leert over andere geloofsovertuigingen. Dit om zich in de ander te kunnen verplaatsen en een andere traditie of ritueel te respecteren.

Wat houdt interreligieus leren in?


Leren is een proces van opvoeden en onderwijzen, en het opnemen, onthouden, verwerken en begrijpen van kennis; dit geldt ook voor het religieus leren. Interreligieus leren heeft te maken met de ontmoeting bij gemeenschappelijke activiteiten van leerlingen. Hierbij kunnen wij denken aan de verschillende soorten vakken die de leerlingen samen volgen. Op school wordt een basis gevormd waarin respectvol samenleven sterk wordt gestimuleerd. De andere leerlingen zijn nodig om het eigen standpunt waar te nemen , te verdiepen, aan te vullen, te reflecteren en om te verhelderen. Dit is de combinatie van het moderne pluralismemodel.

Wat zijn de nadelen?


Elke leerling heeft van huis uit een bepaalde geloofsopvatting meegekregen. Als de leerlingen dagelijks op een openbare school met zoveel verschillende geloofsovertuigingen in aanraking komt, dan kan dat bij de leerling vragen oproepen. Thuis kunnen de ouders dit problematisch vinden, omdat de vragen tegen hun geloofsovertuiging ingaan. Stel dat iemand thuis religieus is opgevoed en op school te horen krijgt dat er geen God bestaat, hoe zou het kind zich hierbij voelen? En als het kind thuis komt en vraagt: “He, pap waar is God of bestaat God wel?” Dit zijn allemaal godsdienststrijdige vragen die een religieuze vader of moeder aan het denken doet zetten. De ouders zouden het kind dan liever op een confessioneel bijzondere school zetten, waar alleen hun geloofsovertuiging word overgedragen aan het kind. Dit zou voor problemen kunnen zorgen bij de leraren op de des betreffende scholen. De leraar moet handelen als een godsdienstpedagoog en een wetenschappelijke reflectie kunnen bieden. Hij/zij moet kunnen bekijken hoe de spanningen op dit gebied opgelost kan worden.

Wat zijn de voordelen?


Er kan een brug worden gecreëerd tussen het godsdienstonderwijs en bijvoorbeeld het kerkelijke jeugdwerk. Zo kun je als basisactiviteit op een school bijvoorbeeld een interreligieus dialoog aangaan met elkaar. Als tijdens de lessen verschillende stromingen, tradities en dagelijkse praktijken van gelovigen worden besproken dan kan dit ook een aanknopingspunt zijn voor leerlingen die zogezegd, nog zoekende zijn. Bij een gezamenlijke duidingsproces kan het kind zijn geloofsopvattingen verbreden en kunnen onverwachte aspecten van het geloof ontdekt worden. Ook kan het kind zich beter inleven in de ander. Buiten school om komen kinderen ook in aanraking met andere mensen die andere rituelen zullen hebben. Het is belangrijk dat het kind zich hierin kan verplaatsen en een ander niet neerhaalt omwille van zijn geloofsovertuiging.

De leraar


Ieder groepsleerkracht of godsdienstleerkracht hebben verschillende soorten godsdienst theologische standpunten. Deze standpunten zijn: exclusiviteit, parallelliteit, essentiële gelijkheid en pluralisme. Al deze standpunten hebben betrekking op de ‘waarheid’. Exclusiviteit is gericht op enerzijds de uitsluiting van andere religies, maar anderzijds kunnen tradities van andere religies wel een aandeel hebben in de waarheid. Bij parallelliteit gaat het om het voortzetten van de religieuze traditie, het verdiepen en ontwikkelen tot de einde der tijden. Bij essentiële gelijkheid hebben alle tradities dezelfde God en hebben ze dezelfde vergelijkbare heilsfuncties. Pluralisme gaat ervan uit dat er een dialogische toenadering nodig is om de waarheid te benaderen. Ook door de keuze van materiaal (lesboeken) kan bijvoorbeeld een godsdienstleraar zijn godsdienst pedagogische doel bereiken. Hij versterkt hiermee zijn lessen en kan de kinderen aansporen tot het versterken in het geloof. In de lessen kunnen dan aan bod komen hoe religieuze tradities gezien moeten worden in de maatschappij en hoe je die kunt toepassen in je eigen leven. Op bijvoorbeeld de Islamitische basisschool hanteren zij lessen uit het lesboek ‘islamitisch godsdienstonderwijs. De leerlingen krijgen te weten hoe de Westerse en de Islamitische normen en waarden worden verklaard in de Nederlandse maatschappij. Het schoolboek dient als voorbereiding op participatie. Er is hier sprake van ‘learning into religion’, omdat er inwijding in het geloofsleven plaatsvindt.

Hoe kunnen fouten bij opvoeders voorkomen worden?


Voor de ene opvoeder is religie alleen voor de privésfeer en voor de ander is het, het gehele leven. Er zijn ook mensen die het belangrijk vinden dat hun kind een Islamitische of Christelijke identiteit ontwikkelt voor ‘Multicultureel Nederland’. Als er meer vrijwillige activiteiten zouden zijn, zoals koranlessen en bijbellessen dan zouden de opvoeders meer keuzes hebben wat betreft de reikwijdte. Het is dus van belang dat dat de opvoeder zichzelf goed laat informeren over de participatie doelstelling binnen de school. Zo kunnen zij scholen vergelijken en de juiste keuze maken.

Conclusie


Zoals wij boven hebben kunnen lezen is interreligieus leren over religies en tradities. Het openbaar onderwijs hanteert een neutrale basis, waarbij het gezag bij de gemeente ligt. Kerk en staat wordt dus gescheiden gehouden, echter betekent dit niet dat er geen invloeden zijn van verschillende religies. Deze scholen schenken aandacht aan levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse maatschappij. Op confessioneel bijzonder scholen wordt er juist les gegeven vanuit een religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging. Deze scholen worden bestuurt door een vereniging of een stichting. Ondanks de verschillen in deze scholen krijgen de leerlingen van beide scholen te maken met verschillende geloofsopvattingen en praktijken in het alledaagse schoolleven, die ze in een andere omgeving (kerk of thuis) niet of niet zo snel terugvinden. Voor de godsdienstpedagoog schuilt hierin dus een taak om wetenschappelijke reflectie te kunnen bieden op de godsdienst pedagogische praktijk en het bevorderen hiervan. Het is een doelstelling om spanningen op dit gebied te kunnen oplossen.

Literatuurlijst

E.T.Alii.(2009). Godsdienstpedagogiek dimensies en spanningsvelden. Zoetermeer: Meinema.


Roebben,B.(2006). Godsdienstpedagogiek van de hoop grondlijnen voor religieuze vorming. Acco.

Persoonlijke instellingen
LeerNetwerk Educatie - School of Education - Hogeschool INHolland