De inrichting van de klas

Uit EduWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Klasinrichting op mijn stageschool:De klas ziet er meestal ordelijk en netjes uit. De leerkracht is zeer georganiseerd. Haar bureau wordt aan het eind van de dag altijd leeggemaakt. Er liggen verder weinig losse spullen op de kasten. De tafels van de kinderen staan in groepjes opgesteld. Er wordt veel in duo’s en groepjes gewerkt. In de klas zijn veel primaire kleuren gebruikt. Er hangen wat werkjes aan de muur en krantenartikelen die de kinderen in de klas besproken hebben. Er staat een wereldbol en er hangt een werkwoordenposter. De klas ademt een georganiseerde, maar toch gezellige sfeer uit.

De inrichting van de klas zegt niet alleen iets over de visie van de school en het didactisch concept, maar ook iets over de persoonlijkheid van de leerkracht. In een klas waar je veel persoonlijke spullen van de kinderen vindt, zullen ze meer gericht zijn op de belevingswereld van het kind en zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. In een klas zoals op mijn stageschool zijn ze meer programmagericht bezig. Daarnaast zegt een rommelig lokaal of een extreem netjes lokaal veel over de persoon die voor de klas staat.

Een leerkracht moet goed nadenken over het inrichten van de klas. Vragen die men zich daarbij kan stellen zijn: hoe gaat de ruimte gebruikt worden, wordt er veel in groepjes gewerkt of juist niet, wordt er vaak in de kring gewerkt, zijn er themahoeken, zijn er rustige werkplekken nodig, hoe kan je een inspirerende en uitdagende leeromgeving creëren?

Checklist voor het inrichten van een klas

Bij het inrichten van een lokaal kan de volgende checklist gebruikt worden: 

  • De klas moet een sfeer uitademen waarin de kinderen zich thuisvoelen.
  • De klas moet een contextrijke omgeving zijn die inspireert tot leren en ontwikkelen.
  • De omgeving moet passen bij het doel en de doelgroep.
  • De klas moet een functionele en effectieve omgeving zijn: alles wat in de klas staat moet een functie hebben en gemakkelijk te gebruiken zijn.
  • Het klaslokaal moet veilig zijn. Er mogen bijvoorbeeld geen giftige planten in de vensterbank staan. De rookdetectors moeten werken. De stopcontacten moeten afgeschermd zijn. Het aquarium moet goed geplaatst staan. Er mogen geen splinters uitsteken uit houten meubels. Deze lijst kan oneindig doorgaan. En behalve het klaslokaal mogen qua veiligheid b.v. de toiletten en trappenhuizen ook niet vergeten worden. Een klaslokaal moet kindvriendelijk zijn, dus vooral veilig maar wel goed in balans met de mogelijkheden die het kind geboden moet worden om op ontdekkingstocht uit te gaan.
  • Er moeten faciliteiten zijn in het klaslokaal voor hygiene en gezondheid. Een wastafel, zeep en een schone handdoek zijn daarbij het belangrijkst. Het elke dag laten vegen van het lokaal is vooral voor kinderen met astma / allergieën erg prettig.
  • Het klaslokaal moet comfortabel zijn. Bijvoorbeeld de verwarming moet goed werken.


Aandachtspunten van een leerkracht voor een effectieve klassenindeling zijn:

  • Geef leerlingen een vaste plaats en zorg er met je opstelling voor dat er makkelijk een kring kan worden gemaakt.
  • Creëer werkplekken voor leerlingen die af en toe rust nodig hebben.
  • Creëer een ruimte waar je instructie kunt geven aan kleine groepjes leerlingen.
  • Zet het meubilair zo neer, dat je alle gezichten van de leerlingen kunt zien.
  • Let op de looproute voor jezelf en de leerlingen.
  • Breng duidelijke ordening aan in het plaatsen van materialen als boeken en schriften.

Leerhoeken in de onderbouw

In de onderbouw zijn de volgende leerhoeken voor een klaslokaal aan te bevelen voor de optimale ontwikkeling van het kind:

  • Creahoek
  • Blokkenhoek
  • Boekenhoek
  • Computerhoek
  • Kookhoek
  • Dramahoek
  • Groffe motoriekhoek
  • Rekenhoek
  • Muziekhoek
  • Zand/waterhoek (of buiten)
  • Ontdekhoek
  • Houtbewerkingshoek

Deze leerhoeken zijn "hands-on brain stimulators". Wanneer de hoeken op een juiste manier worden opgezet helpen ze kinderen te focussen op bepaalde activiteiten, met de vrijheid om zelf te kiezen en er op eigen houtje mee bezig te zijn. Om er voor te zorgen dat niet iedereen tegelijkertijd in een bepaalde hoek aan de slag gaat kun je bijvoorbeeld een zelfregulatie bord maken waarop kinderen kunnen aangeven waarmee ze bezig willen gaan. Behalve deze leerhoeken is het ook belangrijk een hoek te creëren waar het kind even op zichzelf kan zijn als dat nodig is. Bij bovenstaande leerhoeken kan vaak goed rekening gehouden worden met een Rugzakleerlingen.

Bronnen

Persoonlijke instellingen
LeerNetwerk Educatie - School of Education - Hogeschool INHolland