Marc groet ‘s morgens de dingen

Jan Halin heeft in het onderwijs vele rollen vervuld. Hij was leerkracht, schoolleider/directeur, projectleider speciaal onderwijs. Op dit moment werkt hij als docent en onderwijsontwikkelaar voor het domein Onderwijs & Innovatie.

Jan Halin

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloemploem  ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en…

Wie kent niet dit vrolijke gedicht van Paul van Ostaijen?! De dadaïst van Ostaijen heeft geprobeerd de kinderlijke blik van een jongetje te vangen in woorden. Het gedicht beschrijft de onbevangenheid van een kind. Het kind bewondert nog alles wat hij ziet, niets is vanzelfsprekend. Marc groet alle dingen die hij tegenkomt.

Dit gedicht hoort voor mij zo bij mei en juni. Op verloren plekken, in bermen, langs denderende treinen staan ze:  ‘lippenroodroze’ klaprozen. Mei en juni krijgen daardoor zo iets vrolijks, de ‘meimeiden’  lachen je toe. Ik neem deze maanden een andere route naar de hogeschool. Ik maak een ommetje via het Paleis van Justitie want in de vrije berm en in kieren in het beton dansen op de wind de vrolijke klaprozen. “Ze hoeven je niet eens meer plat toe te roepen: ‘Hé, hier, wij meiden!’ – onherroepelijk kijk je dan” , dicht Huub Beurskens.

Ruimte voor verwondering, open staan voor en je laten verrassen door kinderen en collega’s. Leraren die kinderen, studenten verleiden tot leren.  Een leraar die ’s ochtends bij de deur elk kind welkom heet en groet. Relatie hebben en aangaan met de dingen en met kleine en grote mensen. Een schoolleider die zijn team inspireert en zin in werken en leren voorleeft. Een leeromgeving waar je vrolijk van wordt. Ploem ploem.

In de vakpers en in nota’s van de overheid lees je steeds meer over de ‘professionele ruimte’ van de leraar. Het domein waarin leraren in hun verbondenheid met de school zeggenschap hebben over de inrichting en uitvoering van onderwijs en over het organiseren van hun eigen professionele ontwikkeling (Kessels, 2012). Daarbij wordt o.a. verwezen naar het Finse onderwijs. Finse leerlingen scoren het best op de internationale, mondiale ranglijst.  In Finland is het vak van leraar populair. Alleen goede studenten worden toegelaten tot het vak en men kent geen inspectie. Kortom: de Finse leraar regisseert de professionele ruimte. In ons land is een tendens naar meer overheidsbemoeienis zichtbaar: verplichte toetsen, verschoolsing van HBO en universiteiten. De Pabo loopt daarin voor met een landelijke kennisbasistoets en met (waarschijnlijk) een eindexamen.

In onderwijs gaat het om complexe taken en dat vraagt om regelmogelijkheden om aan de hoge taakeisen te voldoen. Als er ruimte wordt gegeven, dan versterkt dit het gevoel van autonomie en dit is een bron voor professionele ontwikkeling. Stressfactoren, vermoeidheid, uitputting en cynisme worden tegengegaan als er ruimte is voor betrokkenheid, uitdaging, bevlogenheid, sociale ondersteuning en plezier. Dan krijgt persoonlijke groei, leren en professionele ontwikkeling de ruimte.
Dit klinkt niet nieuw, we hebben het over motivatietheorieën die de basis vormen van bekwaamheidsontwikkeling, dus van leren. Wie kent ze niet: autonomie, uitvoerbaarheid (gevoel van competentie en ondersteuning), relatie (verbondenheid en saamhorigheid met collega’s, leerlingen en de school) en plezier en interesse.
Wat er echt toe doet  op het gebied van professionaliseren, is dat de leraar zelf actief is tijdens professionaliseringsactiviteiten en deelneemt aan vormen van onderzoekend leren. Maria Montessori’s motto ‘Leer mij het zelf te doen’ (geef mij als professional de ruimte en spreek mij aan op mijn verantwoordelijkheid)  is ook in de 21e eeuw actueel.

Onderwijs voorbij urentabellen en prestatie-indicatoren. Het Finse onderwijs laat zien dat professionele ruimte de talentontwikkeling van leerlingen maar ook van leraren stimuleert met hoge opbrengsten als resultaat. Ruimte om te leren en te groeien omdat de leraar wordt geraakt in zijn passie voor onderwijzen en leren.  De school moet een werkplek zijn waar je vrolijk wordt.  En schooljaren hebben lange mei - en junimaanden.

Illustratie: Bartjan Bakker
Het zout bleekt de kleur van zand tot lichte oker.
Het oog krijgt hulp; lijnen vervlakken tot 'stoel tafel, pijp'
Dit zijn geen klaprozen.

 

Kessels, J.W.M. (2012). Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte. Oratie. Heerlen: Open Universiteit.