De krekel en de mier

Jan Halin heeft in het onderwijs vele rollen vervuld. Hij was leerkracht, schoolleider/directeur, projectleider speciaal onderwijs. Op dit moment werkt hij als docent en onderwijsontwikkelaar voor het domein Onderwijs & Innovatie.

Jan Halin

Sint-Nicolaas en de Kerstman zullen op menig verlanglijstje dit jaar boeken tegenkomen over het brein: Wij zijn ons brein van Dick Swaab, Tien geboden voor het brein van René Kahn of Het geheugenpaleis van Joshua Foer of Het puberende brein van Eveline Crone.

Een paar ronkende krantenkoppen van de afgelopen weken: Pimp je brein, IQ van tieners niet stabiel maar volop in beweging, De kwaliteit van je hersenen die heb je in je eigen hand, Stel een canon samen om het Grote Vergeten een halt toe te roepen. We zijn een soort zeef geworden die alleen opvangt wat ons aanspreekt. Maakt Google ons dom?

Het was midden in de winter en het vroor een graad of vier,
toen een uitgeputte krekel onderweg was naar de mier.
Op de basisschool leerden wij gedichten van buiten. Ik zie mij nog gespannen voor mijn 39 klasgenoten van groep 8 staan met in mijn hoofd : Dit is de spin Sebastiaan. Het is niet goed met hem gegaan.
LUISTER!
Ook zie ik en hoor de stem van meneer Hendriks van groep 5 die een heel jaar lang uit zijn hoofd elke vrijdagmiddag het verhaal van de Bokkenrijders vertelde.
Ook op de middelbare school leerden we veel van buiten zoals een aantal fabels van Lafontaine: La Cigale et la Fourmi. (De krekel en de mier) La Cigale, ayant chanté tout l’été….. Het gedicht Erlkōnig van Goethe, Wer reitet so spät durch Nacht und Wind, es ist der vater mit seinem Kind…

Stel je voor dat Sinterklaas of de Kerstman Hèt grote boek kwijt is en dat ook de digitale versie per abuis gedeletet is….. dan lopen de feesten in het honderd. Je zou toch mogen verwachten dat deze wijzen over een fenomenaal geheugen beschikken, dat ze thuis zijn  in de geheugenkunst. De techniek van het geheugenpaleis uitgevonden door de Simonides van Keos zo’n vijfentwintighonderd jaar geleden. En nog zo goed te gebruiken in onze 21e eeuw.

Wat is er blijven hangen van al die kennis die aangeboden is? Beleven we een epidemie van geheugenverlies? Scholen hebben als een van de taken om de kennis door te geven van onze cultuur. Falen we daarin niet aantoonbaar?  Stel dat je morgen wakker wordt en alle inkt is onzichtbaar geworden en al onze bytes verdwenen zijn. Dan stort de wereld in. Want literatuur, wetgeving, politiek, wetenschap: onze hele cultuur is een bouwwerk opgebouwd uit extern bewaarde herinneringen.  Op weg naar….zonder TOMTOM? De start van het grote verdwalen.
Het interne geheugen is fors in waarde gedaald. Ben je erudiet als je snel de weg weet in de labyrintische wereld van het externe geheugen? Kennis gereduceerd tot routeboekjes.

‘Mier’, zei Krekel, ‘ik heb honger: Hoor je ’t knorren van mijn maag?
Geef me asjeblieft wat eten. Sorry, dat ik het je vraag.’
Een expert beschikt over een grote hoeveelheid van kennis, patroonherkenning van een domein dat men zich heeft eigen gemaakt. Een formidabel geheugen is de essentie van expertise.
Hersens worden gekenmerkt door plasticiteit: ze ontwikkelen zich, passen zich aan in voortdurende interactie met de omgeving. Dit impliceert dat wat niet getraind wordt ook in functiekwaliteit vermindert.  Ons brein kan een geweldige hoeveelheid informatie verbergen en wij zijn in staat met gemak en efficiëntie de informatie terug te vinden. Nieuwe ideeën ontstaan.  Wie herinnert zich niet een inspirerende leermeester die weet en kennisgebieden met elkaar in verband brengt?! Hoe meer kennis je hebt, hoe makkelijker het is om nieuwe kennis op te doen: en is dat niet een van de uitdagende doelen van het onderwijs?
Maar de mier zei: ‘Heel het najaar sjouwde ik met Korrels graan,
zodat ik in slechte tijden niet van honger dood zou gaan.’

Enerzijds is er sprake van een enorme kennisexplosie, anderzijds gaan we slordig om met kennis. Zonder feitenkennis kan geen creativiteit of innovatie ontstaan. Robert Dijkgraaf bepleit een discussie over wat we willen onthouden en hoe. Hoe kunnen we kinderen/studenten Wegwijs laten maken in het  informatiegebergte? Hoe zorgen we voor paden en routewijzers tegen het grote vergeten?
Laten we ons concentreren op kernbegrippen, de kennis is nu zo gefragmenteerd. Dat vraagt van de docent dat hij beschikt over een royale rugzak waaruit hij kan putten om zijn onderwijs af te stemmen op het de leerling / de student. Scholen vol klimmuren van kennisdomeinen. Het moet gaan om maatwerk in begeleiding, dan komt de Olympus in vizier.  Leerkrachten in de rol van breinpimpers. Dan zal het onderwijs het frōbelniveau van knippen en plakken ontstijgen!

Jij verdeed je tijd met zingen. Aan de winter dacht je niet.
Dus ik geef je nog geen graantje. Hoepel op en zing je lied!’
Door het toepassen kennis over bewezen effectieve aanpakken, met de passie om kennis over te brengen  en met de wetenschap van de plasticiteit van de hersenen,  wordt onderwijs verrrukkkkelluk!

De krekel in de fabel van Lafontaine krijgt geen kans om te overleven in de winter. De domme mieren willen – nu het voedsel slinkt – zich niet laten voeden door de verhalen, de beelden en de muziek van de krekel. De krekel weet en put uit zijn rijke geheugen, maar
daar hebben de mieren geen boodschap aan met als gevolg…..

De fabel komt uit:
Donkelaar, M. van , Rooijen, M. van., (2011). Boven in een groene linde zat een moddervette haan. Haarlem: Gottmer.

Studenten contempleren in tentamenopstelling de heersende hokjesgeest.
Hersenen blootgelegd op de grote hoop. Krekel in de herkansing.

illustratie: Bartjan Bakker