Meesterschap

Cor de Raadt is directeur van het Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing en inhoudelijk zeer betrokken bij de ontwikkeling van het leraarschap.

Cord de Raadt

De Onderwijsraad is de afgelopen periode met een paar adviezen gekomen die een zeer interessante blik geven op het  verschuiven in denken over de kwalitatieve versterking van het onderwijs. Zowel het advies  “Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs als het advies ‘Excellente leraren ”leggen sterk de nadruk op de professionaliteit van de docent, naar niveau en naar ruimte. De Onderwijsraad legt daarmee meer accent op investeren in de leraar en minder op verfijning van regels en voorschriften. (www.onderwijsraad.nl)

Die verschuiving in denken sluit naar mijn idee aan bij een gevoel dat ik al langer heb: we hebben als overheid en politiek, maar ook als instellingen de neiging om de discussie over al of niet vermeend kwaliteitsverlies te vertalen in intensivering van regels en als je niet oppast bureaucratie. Om greep te krijgen op die kwaliteit leggen we kernvakken, kennisbases,inhouden vast en zetten we er controle op via centrale, landelijke toetsbatterijen (van Cito tot de landelijke toetsen in de lerarenopleidingen) en een substantiële vergroting van de rapportagelast.

Maar de vraag doet zich steeds meer voor of we hier niet een doodlopende weg aan het inslaan zijn. Leidt die detaillering en regelgeving nu echt tot kwalitatieve versterking of  komen we zo terecht in bijna onuitvoerbare onderwijsprogramma’s en loszingen van het mede eigenaarschap van de leraar. Kiezen we voor nog meer regeltjes of durven we ons te baseren op de professionaliteit van de leraar en het team van leraren?

Wij zijn als domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing samen met de educatieve faculteiten van vier andere lerarenopleidingen bezig na te denken en beleid te ontwikkelen gericht op de voorbereiding van (nog) beter leraarschap. Het is verheugend om te zien dat een van onze opvattingen daarbij (eigenlijk moet elke leraar in de loop van zijn werkzame leven het masterniveau bereiken) door de Onderwijsraad wordt overgenomen. Zou daarmee een richting zichtbaar worden waarbij we de heilloze weg van steeds meer regeltjes weten in te wisselen voor een beleid dat er op gericht is de professionaliteit van leraren te verhogen en de professionele ruimte voor die hooggekwalificeerde leraar te vergroten? Misschien is de wens de vader van de gedachte, maar ik zou het mooi en goed vinden als we die weg inslaan. De weg die erop is gericht leraren nog beter toe te rusten en hen tegelijk samen verantwoordelijk te maken voor het niveau van het onderwijs. Een ideaal plaatje misschien, maar in mijn ogen een wenkend perspectief waarmee we de leraar in zijn of haar vakmanschap en beroepskwaliteit weer centraal stellen. De keuze voor investeren in talent en ruimte voor talent.

Natuurlijk is ook dan organisatie en leiderschap nodig. Natuurlijk is ook dan afleggen van verantwoording noodzakelijk. Maar wel geredeneerd vanuit en gebaseerd op die erkende professionaliteit. Helder is ook dat dan een echte keuze voor investeren in onderwijs en leraarschap nodig is en juist niet een beleid waarin bezuinigd wordt op passend onderwijs, inrichting voortgezet onderwijs en de ruimte voor voortgaande professionalisering Het Finse model leert ons dat die keuze en het daarbij behorende investeringsbeleid rendeert.

Wat zou het mooi zijn om als domein, samen met scholen aan dat perspectief vorm te geven: samen bouwen aan meesterschap dat zich vertaalt in nog beter onderwijs aan leerlingen die aan de school worden toevertrouwd. Laten wij die kansen met elkaar maar pakken.