'Paradijs'

Jan Halin heeft in het onderwijs vele rollen vervuld. Hij was leerkracht, schoolleider/directeur, projectleider speciaal onderwijs. Op dit moment werkt hij als docent en onderwijsontwikkelaar voor het domein Onderwijs & Innovatie.

Jan Halin

Weer zijn we opgeschrikt door aanslagen, eerst Parijs, nu Brussel. Beelden van verdriet en verwoesting roepen angst op. Kennisnet kwam op de dag van de aanslagen in Brussel met ‘7 tips om met leerlingen over ‘Brussel’ te praten’. Genoemd worden onder andere: geef ruimte aan de gevoelens, hoe kan je het best je gevoelens op internet uiten, wees selectief in wat je deelt, maak onderscheid tussen feiten en fictie en benadruk de lichtpuntjes. Vooroordelen over de islam worden door terreur gevoed. Terroristen: ik kan me niet voorstellen dat de moordenaars naar het ‘paradijs’ gaan.

Hoe kunnen we in het onderwijs zorgen voor een cultuur waarin leerlingen en studenten worden geoefend om zich te verhouden tot terreur en geweld? Hoe kunnen we opvoeden tot kritisch burgerschap?

Daarvoor zijn leraren nodig die het gesprek aan willen en durven gaan over waarden en normen. Dat vraagt om durf om tegen de weerstand van vooroordelen en gebrek aan kennis in te gaan. Informatie van de televisie en sociale media kan gekleurd zijn. Leren we leerlingen en studenten kritisch te kijken naar het bombardement aan beelden?

Kennis vergaren vraagt om geduld, vraagt om een omgeving waarin gelezen wordt: fictie en non-fictie. Het betere boek prikkelt, daagt uit, opent verrassende en nieuwe perspectieven. Wie Multatuli gelezen heeft, zal veel genuanceerder onze rol als kolonialisten beoordelen. Wie Broer – het Boekenweekgeschenk van Esther Gerritsen – gelezen heeft, heeft kennis en empathie gekregen voor iemand met een amputatie en wat dat aanricht.

Leerlingen en studenten moeten m.a.w. verleid, maar soms ook verplicht worden, om belangrijke literaire werken te lezen. Vervolgens met elkaar in gesprek over verhaal, thematiek, wat het met je doet, wat heb je ervan geleerd? Lezen maakt slimmer: een kind dat 65 minuten per dag leest, heeft in één jaar 4.358.000 woorden gelezen, tegen 8.000 woorden van 6 minuten lezen per dag (Stanovich e.a., 1995). Toch leest ruim de helft van de Nederlandse tieners niet of nauwelijks voor hun plezier (OECD, 2010). Op de basisschool doen te veel leerlingen negatieve ervaringen met lezen op: onaantrekkelijke teksten, geen hulp bij het lezen, geen gelegenheid om over je favoriete onderwerpen te lezen, etc. Dit mondt uit in negatieve emoties en uiteindelijk weerstand tegen lezen, resultaat ageletterdheid: wel kunnen lezen, maar het niet doen en daardoor slechter gaan lezen. Lezen roept dan angst op en is angst geen slechte raadgever?!

Hoe voorkom je dat leerlingen weerstand tegen lezen ontwikkelen? De leraar als rolmodel van een lezer, intensiever begeleiden van het lezen, literatuur verbinden met vakken en de actualiteit. Lezen maakt leerlingen niet enkel slimmer, maar ook wijzer en misschien dat ze dan ontdekken dat “Het land der letteren is toch het enig echte paradijs.” (Ed Leeflang).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het kwaad met geen pen te betekenen.                                                      Bart Jan Bakker